Showing posts with label Review. Show all posts
Showing posts with label Review. Show all posts

Tuesday, February 16, 2010

"Live performances (Official bootleg)"

Par Jérôme Delvaux

La troisième sortie officielle des Bollock Brothers est un double LP live enregistré en 1983 en Belgique, en festival à La Panne, mais aussi à Madrid, à La Haye et à la mythique Batcave de Londres. Réédité une seule fois en CD, en 1989, il est aujourd’hui devenu presque totalement introuvable, même en seconde main. A tel point qu’un farouche opposant au téléchargement illégal comme moi a dû se résoudre à installer Soulseek pour pouvoir se le procurer…


Et je ne le regrette pas une seconde car ce Live performances est vraiment un disque à part dans la discographie des Bollock Brothers. Enregistré à l’époque où ils commençaient à s’imposer grâce au succès, coup sur coup, de leur LP inaugural, The last supper, et de leur album de reprises électro de Never mind the bollocks des Sex Pistols, cette collection de (faux) bootlegs est l’un des disques les plus foutrement rock’n’roll qui me soit passé dans les mains (une expression qui ne convient pas vraiment pour un download illégal, mais passons).

Bourré de samples abracadabrants, de bidouillages foutraques et d’interventions décalées d’un Jock McDonald passablement ivre au micro, Live performances s’ouvre par une version d’anthologie de The slow removal of Vincent Van Gogh’s left ear. Geordie et Youth, respectivement guitariste et bassiste de Killing Joke, jouaient sur la version originale en studio. Sur scène, à la côte belge, on retrouve Keith Bradshaw à la basse et Richard Collins et Keith Lewis aux guitares, soutenus par un orgue halluciné qui rappelle par moments le son des premiers Doors. Leur jeu est moins lourd, moins pesant et moins précis que celui de leurs confrères de Killing Joke. Ils proposent en vérité une version plus chaotique, plus speedée, plus psyché serais-je tenté de dire. Pour moi, la version studio de Van Gogh (disponible sur le Best of The Bollocks sorti en 1999) et celle du live sont complémentaires : elles offrent deux facettes d’un même petit chef-d’œuvre instrumental.

Le morceau suivant, Loose, est une reprise totalement crade des Stooges (de l’album Fun house). En bon écossais, Jock McDonald l’introduit en insultant Londres, la ville où il réside : « London is a fucking shit-hole of a town ». A un spectateur qui lui répond en gueulant « We’re all shit ! », il assène : « I’ve smoked a lot of it tonight ». Le ton est donné. Le morceau peut débuter sur les chapeaux de roue... pour ce qui se révèlera être une version encore plus décadente que celle d’Iggy et ses Stooges - avec à nouveau cet orgue à la Manzarek à l’avant-plan.

Et puis les tubes s’enchainent : Horror movies, jouée de façon beaucoup plus punk et énervée que sur le single (poppy et sans aspérités) ; le hit The bunker, devenu un classique de la new wave ; le faussement moralisateur The last supper, mais aussi - et surtout - une version de neuf minutes de Reincarnation of qui part en free-style total avec un Jock McDonald délirant en guise de… réincarnation de Jim Morrison - tellement délirant que le morceau n’a très vite plus grand-chose à voir avec l’original.

Les titres suivants (en fait le second LP de la première édition en vinyle) sont tous tirés du concert à la Batcave de Londres. La Batcave, c’est cette boîte new wave de Soho qui servit de QG à la scène gothic-rock britannique à partir de 1982 (au point d’avoir donné son nom à un de ses sous-genres). Fréquentée par tout ce que la capitale anglaise comptait de musiciens alternatifs (Robert Smith, Siouxsie Sioux, Marc Almond et Nick Cave en étaient tous des habitués), la Batcave constituait une halte obligatoire pour tous les groupes post-punk de l’époque. De passage un beau soir de 1983, les Bollock Brothers y présentèrent un set essentiellement axé sur leurs reprises d’électro beurrée des Sex Pistols : New York, Holidays in the sun, Problems, Pretty vacant, God save the Queen (les deux dernières avec au chant Michael Fagan, un déséquilibré devenu célèbre après avoir réussi à s’introduire dans la chambre à coucher de la Reine Elisabeth II). Et c’est peu dire qu’ils les massacrent, ces hymnes des Pistols. Délibérément et avec un talent certain pour les relectures électro bon marché. Peaches n’aurait pas fait mieux.

Oser sortir un live pareil, aussi crade, aussi brailleur, aussi furieux, aussi suintant d’alcool, était une démarche totalement punk, de la part du groupe comme du label. L’écouter aujourd’hui donne juste envie d’aller se bourrer la gueule dans un bar glauque en regardant un groupe de sous-Iggy Pop ou de grossiers avatars des Pistols jouer les deux seuls accords qu’ils connaissent et se rouler au sol en hurlant… (ou de le faire soi-même). Ca fait du bien par où ça passe... On sait d’avance qu’on aura un mal de tête insupportable le lendemain matin, mais we don’t care !

Tuesday, February 9, 2010

Vive La Fête: Vive Les Remixes - Review

Vive La Fête: Vive Les Remixes

Horror Movies

Surprise, 2006
Lowlands

Remixplaten zijn een gevaarlijke soort. Slechts zelden krijgen we een volwaardige alternatieve luisterervaring (of die ene uitzonderlijke verbetering), maar vaker vervallen ze in algehele overbodigheid. De minimale electronica van Vive La Fête vormt in feite een uitgekiende grondstof voor de mixtafel, dus willen we het oor toch nog eens tegen deze schijf schurken. Na het tegenvallende Grand Prix (2005) is het misschien ook geen slecht idee om de gevestigde waarden nog even van onder het stof te halen.

Spijtig genoeg wordt ook hier redundantie al snel de rode draad die de nieuwe versies verbindt. In de Vivasulfer remix wordt ‘Noir Désir’ ontdaan van al zijn charme, waardoor zowel de kinderlijke naïviteit van het begin als de temper tantrum aan het einde verloren gaan. Het ooit zo amusante ‘Tokyo’ verwordt in de VLF remix tot bijster saaie electro waarin te veel gesnoeid werd in de lyrics van Pynoo en de weinig verfrissende electobeat geen compensatie kan bieden voor dit gebrek. Ook de twee remixes van ‘Liberté’ zijn zo monotoon dat ze in feite allebei overbodig worden. Waar deze tracks te minimalistisch aangepakt zijn, gaat Tommy Sunshine’s behandeling van ‘Maquillage’ dan weer net iets té sterk over the top met zware electronica en zelfs een lichte trance-invloed.

Gelukkig wordt hier en daar toch nog eens raak geschoten. Het hoogtepunt van de plaat is zonder twijfel ‘Attaque Reprise’, dat ondanks het chaotische begin, dat nergens heen lijkt te gaan, toch uitmondt in een zware loop waar Giorgio Moroder jaloers op geweest zou zijn. Gooi daarbij de plezante kreetjes van Pynoo en heerlijk onbeduidende lyrics: de perfectie is bereikt. Ook de glamoureuze en opzwepende mix van ‘Laisse-moi’ mag er zijn. Sickboy schoot op ‘Vire Le Mash-Up’ Nuit Blanche aan flarden; geen kwalitatief hoogstandje maar wel een verzekerde brede glimlach op het gezicht.

Ook de b-kantjes en onuitgegeven covers kunnen nog enige verrijking bieden. In deze categorie is de geweldigde eighties camp ‘Horror Movies’ (oospronkelijk van de Bollock Brothers) dé must-have en het bewijs dat Pynoo er ook in slaagt om haar Engels van een amusant accentje te voorzien. Meer glansrijke kitsch is er met ‘Vivre Sur Video’ (ooit een bescheiden hit voor Trans-X). Ook het op andere albums afwezige singletje ‘Schwarzkopf’ tekent hier present, zij het dan in de lichtjes minderwaardige doch niet zo ver van het origineel afwijkende ‘R-Kut Remix The Backlash’. Laat de verwachtingen wat betreft Mommens’ interpretatie van ‘Child In Time’ trouwens niet al te zeer de hoogte in schieten, want met een speelduur van acht minuten wordt de track langzaamaan gedraineerd van alle relevantie.

‘Vive Les Remixes’ heeft al bij al nog zeer waardevolle momenten, maar laat ons als totaalpakket toch op onze honger zitten. Door middel van enkele beter overdachte keuzes had dit nochtans een prachtcompilatie kunnen worden. In plaats van het sowieso al weinig betekenende ‘Liberté’ twee maal te laten opdraven, hadden ‘Je Veux Pas’, ‘Touche Pas’ en ‘Hot Shot’ betere en meer voor de hand liggende kandidaten voor een nieuw jasje gevormd. Eveneens opvallend door afwezigheid is de voortreffelijke cover en publieksfavoriet ‘Banana Split’, die na localisering op single en ep toch ook een plaats verdient op een full release. Gezien de vele mogelijkheden die de backcatalogue te bieden heeft, is het spijtig dat slechts de helft van de tracks hier enige meerwaarde bieden. Hoewel deze hoogtepunten gegarandeerd genot bieden, gaan we voor één keer toch voor de mathematisch aanpak en krijgt ‘Vive Les Remixes’ dus slechts de helft van de te sprokkelen punten. En het had nog wel zo mooi kunnen zijn …

Door Tom De Moor 06/01/2007
www.dig.be

Last Will And Testament - Review

Last Will And Testament
New wave • Punk • Unclassifiable

MBC Records

Review by Kurt Ingels 19/09/2009



http://www.darkentries.be/

Op 31 maart 2008 overleed Bollock Brothers toetsenist ’Big’ Mark Humphrey die van in den beginnen deel had uitgemaakt van de haast legendarische 'enfants terribles' The Bollock Brothers. Het duurde even, maar Jock Mc Donnald en de zijnen zijn terug met een nieuw album “Last Will And Testament“, opgedragen aan wijlen “Big” Mark Humphrey.

The Bollock Brothers vandaag nog een punkband noemen zou de waarheid geweld aan doen, hoewel, de groep slaagt er ook nu weer in zowat alle stijlen met elkaar te combineren tot een ironisch punk cabaret dat je moeilijk au serieux kunt nemen maar precies het net daardoor altijd doet. “Henry the 8th” is regelrechte pretpunk, in opener “Cyberspace Polaroid” gaat de groep de electro clash richting uit al malen ze er en passant wel Rod Steward’s “Do You Think I Am Sexy” tussen. “My Generation” is een zwaar toegetakelde cover van The Who, “Search And Destroy” laat de anarcho punker in ons los! Met “Israelites - Wet Dream” (live versie) gaan we de reggae tour op. “Der Bunker” tovert één van The Bollock Brother klassiekers om in een pervers duet, “Queen And Country” is een song voor hun te vroeg overleden kameraad “Big” Mark Humphrey, dé “Harley Davidson” wordt à la Serge Gainsbourg opnieuw van stal gehaald. Het titelnummer “Last Will And Testament” is een parabel in de stijl van “The Four Horseman Of The Apocalypse”, zoals alleen Jock McDonnald deze kan verhalen, met in het middenstuk knipogen naar de Patti Smith klassieker “Dancing Barefoot”.

In het oeuvre van The Bollock Brothers zitten uiteraard wel meer knipogen. Frisse nonsens, Britse humor, frivole dubbelzinnigheid het zit er ook op deze “Last Will And Testament” weer allemaal in. Je houdt er van of je loopt er van weg. Maar ik behoor tot die eerste groep. Een leuke hymne aan het voetbal en aan Jock’s neefje in “King Tim James O’Donnel”; veel vrouwelijke vocalen en vooral een album dat mee vorm werd gegeven door Danny Mommens van Vive La Fête. Groots is dit niet, maar om het maar even zo uit te drukken, het is gewoon fantastisch en vooral het zijn gewoon The Bollock Brothers. Love it or leave it.